in·te·gri·teit (de ~ (v.))
- 1 onkreukbaarheid
- 2 onschendbaarheid van een staat of een
- persoon
Wat is integriteit? Een korte, maar lastige vraag. Over de precieze betekenis van het begrip integriteit zijn de meningen verdeeld. Zowel binnen de mobiliteitsbranche als binnen de wetenschap zien we dat tal van definities van integriteit naast elkaar en door elkaar heen gebruikt worden. Binnen deze definities van integriteit is overlap te zien, maar tegelijkertijd ook grote verschillen in interpretatie. Aangezien de materie zeer beladen is, is het belangrijk helder te krijgen wat met integriteit bedoeld wordt.
Het begrip integriteit is afgeleid van het Latijnse woord in-tangere wat vertaald kan worden als niet aanraken, of niet aangeraakt. Het verwijst met andere worden naar iets dat, of iemand die, onbesmet, onaangetast en ongekreukt is. De 'Van Dale' spreekt van rechtschapenheid, onomkoopbaarheid en ongeschondenheid.
Wat opvalt bij de meeste definities die van integriteit gegeven worden, is de negatieve lading die eraan ten grondslag ligt. Integriteit wordt doorgaans gedefinieerd als zijnde de afwezigheid van fraude en corruptie. Het verdient de voorkeur integriteit positiever te definiëren en het te koppelen aan de notie van kwaliteit, waardoor het een belangrijk facet wordt binnen alle werkzaamheden en bedrijfsvoeringsprocessen.
Integriteit betekent dan dat een mobiliteitsondernemer zijn functie adequaat en zorgvuldig uitoefent in het licht van zijn positie en alle in het geding zijnde verantwoordelijkheden: 'je doet waarvoor je bent aangesteld en je staat voor wat je doet'. Niet frauderen of corrupt zijn, is hiervoor dus duidelijk niet voldoende! Het vergt meer. Het gaat om niet meer en minder dan 'goed ondernemerschap'. Dat betekent dat náást de eerder genoemde eisen van onkreukbaarheid ook waarden als collegialiteit, betrouwbaarheid, klantgerichtheid, fatsoenlijkheid, effectiviteit, en efficiëntie als aspecten van integriteit opgevat dienen te worden. |